WOORD & BEELD

Woningnood

16jun
0Comments

Tijdens mijn zoektocht naar een betaalbare woning besluit ik urgentie aan te vragen.

Hoewel mijn situatie best urgent is – ik kan mijn vrije sector huurwoning niet meer

betalen – besluit de gemeente anders: met een woonduur van 16 jaar kan ik prima op

eigen kracht een woning vinden.

Ik zoek naarstig verder: een schattig huisje van 50 m 2 in Noord. Met drie pubers is

dat wellicht aan de krappe kant. Een driekamerappartement aan de Jollemanhof.

Jammer, degene voor mij accepteert de woning.

Hoopvol zie ik een nieuw appartementencomplex verrijzen in mijn eigen buurt. Een

groot bord kondigt al anderhalf jaar aan dat er 93 sociale appartementen in komen.

Dat is fantastisch want in deze buurt worden tegenwoordig alle sociale woningen die

vrij komen ofwel verkocht ofwel in de vrije sector gegooid.

18 driekamerwoningen, ik ben nummer 126. Het lijkt onmogelijk, maar ik krijg een

uitnodiging om te komen kijken – nadat ik mijn inkomen wat heb opgeschroefd want

ook voor een sociale woning moet je tegenwoordig 2500 per maand verdienen.

Prachtige woningen, we zullen aan ruimte behoorlijk inleveren maar oh heerlijkheid:

ik kan het betalen! Ik durf er nauwelijks op te hopen.

Twee weken na de bezichtiging word ik gebeld door woningcorporatie Stadgenoot. Ze

hebben nog één woning over aan het Klapmutsenveem en die mogen ze mij

aanbieden. Ik spring een gat in de lucht en de pubers springen mee. Eindelijk een

betaalbare woning, en nog wel in de buurt waar we mee zijn vergroeid.

Snel zorg ik voor alle benodigde paperassen, want volgende week moet er al getekend

worden. En, vraag ik nog voor alle zekerheid: mag ik de woning betrekken met drie

kinderen? Ja hoor, mailt Stadgenoot, twee slaapkamers is niet zoveel, maar gezien de

grootte van de woning voorzien wij geen enkel probleem.

Des te groter is mijn frustratie als Stadgenoot me later die dag mailt met de

mededeling dat het toch niet mag. Sorry? Waar staat dat in de advertentie? En

waarom mocht het gisteren nog wel?

Ik voel paniek opkomen, ik bel op en zeg: ik schrijf mijn oudste zoon bij zijn vader in.

En ik zeg: die jongen is 17, die gaat bijna het huis uit. Bovendien zijn ze de helft van

de tijd bij hun vader. Nee, zegt de onwrikbare medewerker van Stadgenoot.

Een ambtenaar van de gemeente die wél buiten de lijnen durft te denken zegt me:

volgens mij moet Stadgenoot de situatie aannemen conform uw opgave. Als uw

oudste zoon vanaf nu bij zijn vader gaat wonen, voldoet u volgens mij aan de criteria.

In feite is dit weigering huisvestingsvergunning waartegen u bezwaar kunt maken.

Neem een advocaat in de arm.

Stadgenoot mailt dat ze mijn bezwaar met vertrouwen – ja, dat staat er echt: met

vertrouwen – tegemoet zien en dat de woning net is aangeboden aan de volgende

kandidaat.

Ingrijpen
Annie